Cafetariaplannen: op het einde betaalt iemand de rekening

Cafetariaplannen: op het einde betaalt iemand de rekening

Bij BNP Paribas Fortis zijn de vakbonden akkoord gegaan met een nieuw loonmodel. Door middel van een zogenaamd cafetariaplan kunnen de werknemers van de bank in de toekomst zelf kiezen hoe (een deel van) hun loon zal worden uitbetaald: in geld, of in de vorm van extralegale voordelen zoals een bedrijfswagen, IT materiaal, opleiding of verlof.

Loonpakketten die ‘a la carte’ kunnen worden samengesteld zijn de afgelopen jaren aan een steile opmars bezig. In het stuk ‘Loon naar werken, of toch liever iets anders?’ verklaart Youri Pletinckx, zelf personeelsafgevaardigde bij BNP Paribas Fortis, zich alvast voorstander. Het akkoord met zijn werkgever is volgens hem een eerste stap in de goede richting om als vakbond terug aansluiting te vinden bij jonge werknemers.

De experts lijken hem in ieder geval gelijk te geven. Cafetariaplannen zouden tegemoet komen aan de toegenomen vraag van werknemers. Vooral de jonge generatie zou het niet meer aanvaarden dat er op vlak van verloning nauwelijks of geen keuze is. De laatste jaren zijn er ook steeds meer technische mogelijkheden om een complexe loonadministratie te beheersen.

Het ‘win-win’ verhaal

Maar is de keuzemogelijkheid de werkelijke verklaring voor het succes? Wat er op het menu staat is wellicht bepalender. Traditioneel loon verdwijnt al snel voor de helft in de staatskas. Andere loonvormen worden vaak geheel of gedeeltelijk vrijgesteld van belastingen en sociale zekerheidsbijdragen. Voor de werknemer kan het dan interessant worden om het een om te zetten in het ander. Voor de werkgever is het een mogelijkheid om te besparen op de bruto loonkost.

Ook bij BNP Paribas Fortis zal men het cafetariaplan ongetwijfeld hebben beschreven als een win-win operatie. Door enkel het deel van het loon boven de 4700 euro automatisch om te zetten in units, kan een werknemer zelfs kiezen voor extralegale voordelen zonder dat dit gevolgen heeft voor diens sociale zekerheidsrechten. Voor de berekening van ziekte-uitkeringen of pensioen bijvoorbeeld, werd dit loon sowieso al niet in rekening gebracht.

Niet zo onlogisch dat een dergelijk voorstel dan wordt aanvaard door de vakbondsafgevaardigden van de bank. Overal in de sector worden besparingen doorgevoerd. Bij ING zelfs door middel van een zwaar collectief ontslag. Deze collectieve arbeidsovereenkomst maakt een besparing mogelijk zonder dat de collega’s dat gaat voelen in de portefeuille. En de werkzekerheid wordt voor twee bijkomende jaren gegarandeerd. Daar kan je mee naar de achterban.

There’s no such thing as a free lunch

Maar om het akkoord dan meteen ook tot een voorbeeld te verheffen? Als een mogelijk model voor het loonbeleid van de toekomst? Dat is toch nog wel iets anders. Want de potentiële impact van een dergelijke evolutie op de sociale zekerheid is wel degelijk dramatisch. Wanneer Youri in zijn opiniestuk stelt dat middenklassers teveel belastingen betalen, en een omzetting van bruto naar nettoloon om die reden aanvaardbaar is, dan zegt hij bijna dat het altijd en overal moet kunnen.

Want waar gaan we anders de lijn trekken? Los van de discussie of iemand met een brutoloon van meer dan 4700 euro werkelijk beschouwd moet worden als een ‘platgetaxeerde middenklasser,’ kan de vraag worden gesteld of die meer recht heeft op wat fiscale optimalisatie dan iemand met een lager loon. En wat dan met mensen zonder variabel loon, of zelfs een dertiende maand? Uiteindelijk is dat nog steeds een meerderheid op onze arbeidsmarkt.

Extralegale voordelen vormen een steeds belangrijker aandeel in het loonpakket. Om de beperkte loonmarges toch enigszins kwalitatief in te kunnen vullen, zijn de mogelijkheden de afgelopen jaren enorm uitgebreid. Ook de vakbonden hebben daarin een rol gespeeld. Maar als we nu ook mee gaan goedkeuren dat basisloon wordt omgezet in fiscaalvriendelijke voordelen, zelfs binnen de (vage) wettelijke contouren, dan bestaat het risico dat het hek helemaal van de dam gaat.

Een nieuwe tax-shift

Volgens Youri hoeft een vermindering van de inkomsten uit arbeid geen onoverkomelijk probleem te betekenen voor de sociale zekerheid. Want, zo stelt hij, deze kan op een alternatieve manier worden gefinancierd. Als veronderstelling is dat zeker voluntaristisch, maar ook wel wat simplistisch. Werknemersbijdragen zijn een fundamentele poot van de sociale zekerheid. Als je die wegzaagt, dan heb je wel een stevig alternatief nodig om de boel weer in evenwicht te brengen. In zijn stuk doet hij weliswaar een aantal boude suggesties, maar vermeldt hij gelijk ook dat ze voorlopig zonder politiek gevolg zijn gebleven. Dan kan je wel het ‘signaal’ geven dat de financiering van de sociale zekerheid voor verbetering vatbaar is, maar door het heft in eigen handen te nemen, creëer je in tussentijd wel een probleem.

Binnen de gedachtegang van de auteur biedt dat dan wellicht mogelijkheden. Het probleem wordt dwingender, en dat zet de dames en heren politici misschien sneller op weg naar een hervorming. Maar dat deze in de richting zullen gaan die hij in gedachten heeft, zal toch ook nog moeten blijken. Als onze rechts-liberale regering het over de sociale zekerheid heeft, dan heeft ze het in de zelfde zin over besparingen. En als er een taks-shift komt, dan één in het voordeel van de bedrijven, in plaats van de werknemers of de systemen die hen ten goede komen.

De staat van de welvaartstaat

In haar boek ‘De staat van de welvaartstaat’ geeft professor Bea Cantillon aan dat de sociale uitgaven de afgelopen veertig jaar steeds groter zijn geworden, maar dat de sociale bescherming van kwetsbare groepen in de samenleving is verminderd. Met de toenemende vergrijzing wordt de uitdaging er enkel nog groter op. Als Youri oproept om na te denken over de financiering van de sociale zekerheid, dan is dat op zich terecht. Maar dan niet vanuit de individuele doelstelling van bedrijven om besparingen te realiseren, of van werknemers om meer van hun loon over te houden, maar wel vanuit de collectieve doelstelling om onze welvaartstaat te versterken.

Gewoon de inkomsten terug in evenwicht brengen volstaat dus niet, de financiering van de sociale zekerheid moet worden versterkt. Overigens, niet alleen lage inkomens hebben daar baat bij. Iedere werknemer haalt meer uit de sociale zekerheid dan hij of zij erin steekt. En zelfs bedrijven hebben baat bij een goed functionerende overheid. Kinderopvang, systemen om arbeid en gezin met elkaar te kunnen combineren: onrechtstreeks draagt het allemaal bij tot economische groei. Het idee dat belastingen een hinderpaal zijn, is een helaas wijdverspreid misverstand, dat beter vandaag dan morgen uit de wereld wordt geholpen.

In de ogen van Youri zal ik misschien een ‘te conservatieve syndicalist’ zijn, maar ik verwacht van mijn organisatie een grote zorgzaamheid voor het stelsel dat we door de geschiedenis heen hebben opgebouwd. Binnen de huidige context is de sociale zekerheid bijzonder fragiel. Vanuit een individuele of een bedrijfseconomische logica systemen verdedigen die deze op termijn misschien onbetaalbaar maken, mag inderdaad worden beschouwd als ‘rebellie uit de onderbuik van het sociaal overleg’. Ik ben alleen niet zeker dat de beste beslissingen vanuit de onderbuik worden genomen