INTERVIEW Egmont Ruelens, dokter aan het stuur

INTERVIEW Egmont Ruelens, dokter aan het stuur

Het openbaar vervoer: voor velen is het een bron van ergernis. Wie heeft nooit eens op de chauffeur gevloekt, wanneer de bus te laat het station binnen rijdt? Na het lezen van het boek ‘Dokter aan het stuur’ denk je wel twee keer na.

Egmont Ruelens (31) is huisarts in Brussel met een bijzondere interesse voor gezondheid op het werk. Na een onderzoek naar de werkomstandigheden van de chauffeurs van De Lijn in Antwerpen, besloot hij zelf een jaar aan de slag te gaan als buschauffeur. Het resulteerde in het ontluisterende boek ‘Dokter aan het stuur’. Voor Verbetering Vatbaar stelde hem er een aantal vragen over.

Je bent arts. Van waar jouw interesse in De Lijn?

“De werkomstandigheden van buschauffeurs houden me al een hele tijd bezig. Ik voerde jarenlang onderzoek naar de manier waarop ze de gezondheid beïnvloeden. Boeiend, ook al omwille van de manier waarop ik het heb proberen aan te pakken. Het waren de chauffeurs zelf die konden bepalen wat de doelstellingen waren en met wie ze wilden samenwerken. Participatief actieonderzoek heet dat, in de traditie van sociale bewegingen in Latijns-Amerika en de burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten. We haalden een hoop enquêtes op en de resultaten waren alarmerend.”

Welke problemen heb je vastgesteld?

“Rugklachten zijn alom tegenwoordig. De chauffeurs zelf wijten ze aan slechte stoelen. Maar uit het onderzoek blijkt dat ze ook een gevolg zijn van stress op het werk. Wie slecht slaapt bijvoorbeeld wordt kwetsbaar, fysiek en mentaal. Chauffeurs krijgen last van hun rug, en recupereren er niet meer van. Zo ontstaat een negatieve spiraal.”

“Ook andere elementen spelen een rol. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat wie voldoende controle heeft over de eigen werkomstandigheden, en inspraak heeft over de manier waarop het werk wordt uitgevoerd, minder gezondheidsproblemen krijgt. Die inspraak en controle, daar is bij De Lijn geen sprake van.“

En dus dacht je: ik ga zelf maar aan het stuur zitten?

“Wel. Een beetje naïef ging ik van de veronderstelling uit dat wetenschappelijk onderzoek de eerste stap zou zijn richting verandering. Ik dacht dat de werkomstandigheden zouden verbeteren en de gezondheid van de chauffeurs erop vooruit zou gaan. Maar zo eenvoudig was dat niet. Daarom besloot ik zelf met de bus te gaan rijden en er een boek over te schrijven. Op die manier kon ik misschien makkelijker een debat over gezondheid op het werk op gang brengen.”

Hoe was je ontvangst op het bedrijf? Is er een erg competitieve sfeer of wordt iedereen onmiddellijk in de armen gesloten?

“Op een werkplek met vijfhonderd collega’s ontmoet je mensen van diverse achtergronden en met uiteenlopende ideeën. Aanvankelijk vallen vooral die verschillen op, maar in de loop van het jaar dat ik chauffeur was, leerde ik vooral wat de chauffeurs aan elkaar bindt.”

En dat is…

“In de eerste plaats een achterdocht tegenover alles wat van ‘boven’ komt. Ik heb het dan over de directie, het management, het beleid. Die achterdocht bleek vaak terecht, want iedere verandering die van hogerhand opgelegd werd, was er één in het nadeel van de chauffeurs: minder pauzes bijvoorbeeld, meer rijtijd of slechtere diensten. Dat wantrouwen brengt de chauffeurs dichter bij elkaar. Het creëert een band die alle onderlinge verschillen overstijgt.”

“Ik herinner me een chauffeur die wel eens een racistische uitspraak deed. Het was geen slecht mens, maar iedereen wist dat hij het niet voor de Marokkaanse of Turkse collega’s had. Toen hij door iemand van het management (onterecht) geviseerd werd en zijn ontslag kreeg, legden alle chauffeurs spontaan het werk neer. Ook de Marokkaanse en Turkse chauffeurs.”

Iedere verandering die van hogerhand opgelegd werd, was er één in het nadeel van de chauffeurs.

Waarom houdt De Lijn geen rekening met de verzuchtingen van de chauffeurs?

“Simpel.  Ze krijgen er van de Vlaamse regering de centen niet voor.  Om voor gezondere werkomstandigheden te zorgen, moet de dagelijkse rijtijd naar beneden. De chauffeurs moeten meer inspraak krijgen over hun werkomstandigheden en hun shifts moeten regelmatiger worden, met betere rijtijden zodat de chauffeurs hun pauzes kunnen opnemen. Dit is alleen maar mogelijk door het aanwerven van meer chauffeurs. Maar het budget van De Lijn wordt niet opgetrokken. Integendeel, er wordt ijverig bespaard. Met het nieuwe concept ‘basisbereikbaarheid’ wil de Vlaamse regering er na een decennium van opeenvolgende besparingen, nog maar eens 112 miljoen afdoen. Op een budget van 850 miljoen kan dat tellen.”

Toen u aan het werk was bij De Lijn kreeg je de steun van de arbeidsgeneesheer om een bevraging uit te voeren bij het personeel. Dat werd hem niet in dank afgenomen, en de directie wilde hem ontslaan. Omdat het personeel in staking dreigde te gaan, zagen ze daar vanaf. Intussen zijn ze wel met een andere externe firma in zee gegaan, waardoor de arbeidsgeneesheer alsnog uit de onderneming zal moeten vertrekken. Wat vind je van die recente ontwikkeling?

“Die arbeidsgeneesheer deed zijn werk goed, met een hart voor de chauffeurs. Wellicht deed hij zijn werk zelfs té goed. Ik kan niet voldoende inschatten in welke mate de keuze voor een nieuwe externe dienst daarmee te maken heeft. Het is in elk geval zo dat de andere personeelsleden van de preventieve diensten bij De Lijn gewoon worden overgenomen door de nieuwe firma. Iedereen, behalve de arbeidsgeneesheer.”

Wat is de belangrijkste boodschap die je met het boek wil geven?

“Dat alles met elkaar is verbonden. De rugproblemen van buschauffeurs los je niet zomaar op met betere stoelen. Er is nood aan inspraak, aan betere rijtijden en realistischere werkuren. Maar bij De Lijn wordt volop bespaard en dreigt het spook van de privatisering. Productiviteit en concurrentie bepalen de arbeidsorganisatie. Alles moet ‘lean and mean’, pauzes worden tot een minimum beperkt, het tempo is moordend. De individuele gezondheidsproblemen van werknemers moeten worden gezien binnen die bredere economische en politieke context.”

Ik denk dat we stilaan de grens bereikt hebben in wat het menselijk lichaam en geest aankunnen.

Het probleem beperkt zich niet alleen tot De Lijn.

“Zeker niet. Kijk maar naar de zorgsector. Daar zijn de werkomstandigheden ook onhoudbaar. Het is een maatschappelijk probleem. Alles moet efficiënter, productiever, competitiever. Het werk moet met steeds minder mensen gebeuren. Ik denk dat we stilaan de grens bereikt hebben in wat het menselijk lichaam en geest aankunnen.”